Sociale media

  • NL
Open the menu

Dagelijks leven tijdens oorlog in Jemen


Noodhulpcoördinator Céline Langlois werkte vijf maanden in het door oorlog verscheurde Jemen. Daar zag ze de mensen, te midden van luchtaanvallen en schaarste, bewonderingswaardig doorzetten.

Mannen en jongens verhandelen brandstof op de zwarte markt in Taiz. De schaarste heeft de prijzen enorm de hoogte ingejaagd. © AZG. Taiz, 2015.
Mannen en jongens verhandelen brandstof op de zwarte markt in Taiz. De schaarste heeft de prijzen enorm de hoogte ingejaagd. © AZG. Taiz, 2015.

Céline Langlois

"In hoofdstad Sanaa vlogen de oorlogsvliegtuigen over onze hoofden. Deze vliegtuigen zorgen voor angst, geven kinderen slapeloze nachten, houden baby’s wakker en – het ergste van allemaal – doden. De mensen in Jemen hebben ermee leren leven, net als mijn collega’s en ik. De vliegtuigen vliegen over, laten wat bommen vallen en gaan weer weg. Vaak komen ze snel weer terug. Totdat ze hun taak hebben uitgevoerd. Daar wachten de mensen op; tot hun dodelijke vracht gelost is zodat ze verder kunnen gaan met hun dag.

Voor een luchtaanval hoor je een fluitend geluid vanuit de lucht. De reactie is altijd hetzelfde: zoek dekking. Ik dook ’s nachts soms onder mijn bed, omdat ik bang was dat explosies het glas van mijn raam naar binnen zou blazen. Zo leven veel Jemenieten. Bommen vallen met grote regelmaat. Je leert ermee omgaan.

Sluipschutters

Op een dag werd het terrein van een ziekenhuis in Sanaa zwaar gebombardeerd. Terwijl het personeel de patiënten evacueerde, stierven twee kinderen in het gebouw – niet door bommen, maar door gebrek aan zuurstof. Deze oorlog maakt niet alleen impact vanwege direct geweld; de meeste doden worden veroorzaakt door de ingestorte gezondheidszorg. Deze twee ongelukkige kinderen behoren tot een grotere groep mensen die daar slachtoffer van zijn geworden.

In de stad Taiz vormen sluipschutters een groot gevaar. Ook al zie je ze niet, ze zijn overal. Zodra je een frontlinie oversteekt, weet je dat je in een vizier terecht kan komen. Je bent daardoor uiterst waakzaam en zeer gevoelig voor geluiden. Ik kan inmiddels het geluid van een AK-47 en een sluipschuttersgeweer onderscheiden. Je leert snel in deze omgeving. Je moet ook wel – dat kan het verschil tussen leven en dood betekenen.

Niemandsland

Hoeveel veiligheidsmaatregelen je ook treft, je kunt alsnog in een dreigende situatie terechtkomen. Toen we in Taiz verschillende ziekenhuizen bezochten om te kijken welke hulp er nodig was, moesten we verschillende frontlinies over. In een stuk niemandsland zagen we ineens twee strijders liggen, in hun hoofd geraakt door sluipschutters. Voor we het wisten, zaten we in kruisvuur gevangen.

We moesten de auto achterlaten en beschutting zoeken. Kogelvuur was overal om ons heen, meters van ons af. We schuilden eerst achter een watertank. Na ongeveer twintig minuten werden we door een familie hun huis binnengehaald. De vader liep rond met een Kalasjnikov in zijn armen, klaar om zijn huis en gezin te beschermen als het erop aankwam. De kinderen zagen er doodmoe uit – ze hadden dagenlang door de aanhoudende gevechten nauwelijks geslapen, ze hadden gewonde strijders horen schreeuwen in de straten. Het vuurgevecht duurde uiteindelijk twee uur. Ik zal het gezin, dat onze levens redde, nooit vergeten.

Rinkelende ijskarren

Als je door het land reist, zie je overal hoe mensen zich aanpassen aan de oorlog. Er is enorme schaarste aan brandstof en water. Je ziet daardoor elke dag enorme rijen voor de benzine- en waterpompen die nog werken. Je ziet ook dat mensen hun auto’s en motoren hebben ingewisseld voor paarden en ezels. Wat me enorm verbaast, is dat het leven ook doorgaat. De markten zijn nog steeds druk. IJsverkopers rinkelen nog steeds hun belletje om te laten weten dat ze er zijn. Kapotgeschoten ramen worden gerepareerd.

Het alledaagse leven gaat door, ook tijdens de oorlog. Ik vroeg een Jemenitische arts in een van onze ziekenhuizen of ze het niet moeilijk vond om steeds langs alle checkpoints te moeten. Ze zei: ‘Ja, natuurlijk, maar we kunnen niet ineens al het werk neerleggen omdat het nu oorlog is.’

Ik heb met veel Jemenitische collega’s samengewerkt. Allemaal waren ze vriendelijk en open, zodat ik hen ook persoonlijk leerde kennen. Zo leerde ik dat ze vrijwel allemaal een naaste hadden verloren tijdens deze oorlog. Ze waren familie en vrienden kwijt. Hun wonden zijn groot en hebben tijd nodig om goed te kunnen genezen. Ik hoop zeer dat ze die kans krijgen."